Uitspraak
OVERWEGINGEN
ZW-uitkering ontzegd, omdat hij per die datum niet verzekerd was voor de ZW. Volgens het Uwv is appellant niet werkzaam geweest in een dienstbetrekking, omdat geen sprake was van een gezagsverhouding tussen hem en zijn zoon. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
23 april 2015 dat het dan weinig zinvol is om naar een hoorzitting te komen. Hieruit blijkt dat de gemachtigde van appellant heeft afgezien van een hoorzitting. Bij brief van 12 maart 2015 heeft het Uwv aan de gemachtigde van appellant bevestigd dat zij heeft meegedeeld geen gebruik te willen maken van het recht op een hoorzitting. Gemachtigde van appellant heeft niet gereageerd op deze brief. Gelet op deze omstandigheden kon het Uwv ingevolge artikel 7:3, aanhef en onder c, van de Awb afzien van het horen van appellant.