Uitspraak
OVERWEGINGEN
24-uurs zorg zou zijn verleend, niet met de in de zorgovereenkomsten vermelde zorg, te weten 4 tot 6,9 uur begeleiding per week waarvan drie uur in rekening zou zijn gebracht. Voor zover al andere vormen van zorg zouden zijn verleend dan de begeleiding waarvoor appellante is geïndiceerd, heeft zij dit onvoldoende concreet beschreven. Desgevraagd is ter zitting bij de Raad verklaard dat geen logboek van de verrichte activiteiten is bijgehouden. Verder heeft appellante ter zitting van de rechtbank zeven werknemers van [naam zorgcentrum] genoemd die (onder andere) aan haar zorg zouden hebben verleend. In hoger beroep heeft appellante daarentegen gegevens overgelegd van vijftien – geheel andere – zorgverleners dan zij eerder in beroep heeft aangedragen en waarvan appellante stelt dat enkele zorgverleners
subsidie-ontvanger wijzigen, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
15 maart 2013. Appellante heeft dus ook in deze periode niet voldaan aan de verplichting de voor dat jaar voorgeschoten bedragen te gebruiken voor betaling van AWBZ-zorg. Gelet op deze omstandigheid was het Zorgkantoor op grond van het bepaalde in artikel 2.6.12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Rsa bevoegd het voor het jaar 2013 verleende pgb in te trekken. De Raad ziet aanleiding het motiveringsgebrek als beschreven onder 4.4.3 met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb te passeren, nu aannemelijk is dat appellante door het gebrek in de motivering van het bestreden besluit 1 niet is benadeeld.