ECLI:NL:CRVB:2017:2795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-bestede AWBZ-zorg
Appellante was geïndiceerd voor het zorgzwaartepakket VV07 en ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2012 en 2013. Het Zorgkantoor keurde de verantwoording van het pgb over 2012 af en trok het pgb per 16 maart 2013 in wegens onvoldoende bewijs van besteding aan AWBZ-zorg.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen de besluiten van het Zorgkantoor ongegrond, omdat niet kon worden vastgesteld dat het pgb daadwerkelijk was besteed aan kwalitatief verantwoorde zorg. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel aan haar verplichtingen had voldaan, maar kon geen concrete onderbouwing leveren.
De Raad oordeelde dat appellante en het zorgcentrum niet meewerkten aan het verduidelijken van de zorgverlening, dat er discrepanties waren in de stukken en dat niet kon worden vastgesteld welke zorg daadwerkelijk was verleend. Het Zorgkantoor mocht daarom het pgb lager vaststellen en het onverschuldigd betaalde bedrag terugvorderen.
De intrekking van het pgb per 16 maart 2013 was eveneens gerechtvaardigd. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en veroordeelde het Zorgkantoor in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van het pgb wegens niet-bestede AWBZ-zorg en veroordeelt het Zorgkantoor in de proceskosten.