ECLI:NL:CRVB:2017:2743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand zelfstandigen wegens niet-levensvatbaarheid bedrijf
Appellant, een zelfstandig ondernemer met een kapperszaak, vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college verleende aanvankelijk bijstand, maar wees latere verlengingen af vanwege de niet-levensvatbaarheid van het bedrijf, gebaseerd op een rapport van een deskundige instantie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de conclusies over de levensvatbaarheid onjuist waren, onder meer vanwege gewijzigde privé-uitgaven en personeelskosten.
De Raad oordeelde dat de beoordeling van levensvatbaarheid plaatsvindt op het moment van het besluit en dat het college zich mocht baseren op het deskundigenrapport. Het door appellant overgelegde bewijs was onvoldoende om de conclusies te weerleggen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.