ECLI:NL:CRVB:2017:2524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij ontslag ambtenaar
Appellante was sinds 2004 werkzaam bij de provincie Zuid-Holland en werd per 1 maart 2015 ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor haar functie, anders dan door ziekte. Zij maakte bezwaar tegen diverse besluiten rondom haar beoordeling, het verlengen van een verbetertraject, het afwijzen van een detachering en het ontslag. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante zich op het standpunt dat zij onrechtvaardig was behandeld en vorderde zij onder meer vergoeding van proceskosten. De Raad onderzocht ambtshalve of zij een procesbelang had bij de beoordeling van haar hoger beroepen.
De Raad stelde vast dat appellante sinds de zomer van 2015 een nieuwe passende functie heeft, geen financieel nadeel heeft geleden doordat het college haar loon bleef doorbetalen tot aan haar nieuwe baan, en niet wenst terug te keren naar de provincie. Een eventueel succes in hoger beroep zou ertoe leiden dat zij alsnog zelf ontslag zou nemen, waardoor geen daadwerkelijk belang bij vernietiging van het ontslag bestaat.
Gelet op vaste rechtspraak is een louter formeel of principieel belang onvoldoende voor procesbelang. De Raad concludeerde dat appellante geen rechtens relevant procesbelang heeft en verklaarde de hoger beroepen niet-ontvankelijk. Tevens wees de Raad een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De hoger beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens relevant procesbelang.