Uitspraak
15.6152 WWB
OVERWEGINGEN
.Zij hebben de aanvraag op 21 augustus 2014 ingediend.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hadden hun bijstand ingetrokken gekregen en vroegen opnieuw bijstand aan. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling vanwege kasstortingen en contante ontvangsten die niet als leningen met reële terugbetalingsverplichting konden worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat sprake was van leningen die zij pas konden terugbetalen als zij weer inkomen hadden. De Raad oordeelde dat kasstortingen en betalingen van derden in beginsel als middelen worden beschouwd volgens vaste rechtspraak, ongeacht de vorm of terugbetalingsafspraken.
De Raad stelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat de bedragen daadwerkelijk leningen waren met terugbetalingsverplichting en dat deze voor levensonderhoud waren bedoeld. Daarom waren de bedragen terecht als inkomen aangemerkt en leidde dit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag over de betreffende periode.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd dat de kasstortingen en ontvangen bedragen als middelen worden beschouwd.