Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2017:1611

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 april 2017
Publicatiedatum
26 april 2017
Zaaknummer
16/3336 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:18 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek herziening beslissing wrakingsverzoek bestuursrechter

Verzoeker heeft in het kader van hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter, dat op 14 april 2015 is afgewezen. Vervolgens is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Op 17 mei 2016 heeft verzoeker verzocht om herziening van de beslissing op het wrakingsverzoek.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat artikel 8:18, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat. Dit betekent dat herziening van een dergelijke beslissing niet mogelijk is. De Raad is daarom kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om herziening.

Zonder verder onderzoek wordt het verzoek afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, met P.W.J. Hospel als griffier, en is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2017.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot herziening van de beslissing op het wrakingsverzoek.

Uitspraak

16/3336 PW
Datum uitspraak: 26 april 2017
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 14 april 2015, 14/4901 WWB-W
Partij:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
16 juli 2014, 13/7291.
In het kader van dit hoger beroep heeft verzoeker verzocht om wraking van de behandelend rechter. Dit verzoek is op 14 april 2015 afgewezen (ECLI:NL:CRVB:2015:1293).
Bij uitspraak van 19 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1545, is het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 juli 2014 niet-ontvankelijk verklaard.
Op 17 mei 2016 heeft mr. drs. M.J.G. Schroeder, advocaat, namens verzoeker verzocht om herziening van de beslissing van 14 april 2015.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Ingevolge het tweede lid van dit artikel is, voor zover hier van belang, artikel 8:54 van Pro de Awb van overeenkomstige toepassing.
Herziening van een uitspraak is een bijzonder rechtsmiddel (ECLI:NL:CRVB:2014:444). Artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb bepaalt dat tegen de beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat. Dat betekent dat er geen mogelijkheid bestaat om herziening te vragen van een beslissing op een verzoek om wraking.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd kennis te nemen van het verzoek, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2017.
(getekend) E.J.M. Heijs
(getekend) P.W.J. Hospel
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

HD