Uitspraak
22 december 2015, 15/3149 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
het besluit van 16 april 2015;
van in totaal € 169,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin haar studiefinanciering werd herzien op basis van een onderzoek naar haar woonsituatie. Dit onderzoek was deels uitgevoerd door een controleur die niet in loondienst was bij het aangewezen private bedrijf, maar als zelfstandige zonder personeel werkte.
De Raad oordeelt dat het toezicht op de naleving van de Wet studiefinanciering 2000 een overheidstaak is en dat het verlenen van toezichthoudende bevoegdheden aan personen buiten de overheid terughoudend moet worden toegepast. Uit eerdere jurisprudentie volgt dat bevindingen van onderzoek verricht door onbevoegde controleurs als bewijs ontoelaatbaar zijn.
Omdat het onderzoek in deze zaak mede door een onbevoegde controleur is verricht, zijn de bevindingen onrechtmatig verkregen en niet als bewijs te gebruiken. Hierdoor ontbreekt een voldoende feitelijke grondslag voor het standpunt van de minister dat appellante niet op het geregistreerde adres woont. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het eerdere besluit van 10 januari 2015, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de minister in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van de studiefinanciering wordt vernietigd wegens ontoelaatbaar bewijs.