Uitspraak
6 februari 2015, 14/40 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als slachter bij een onderneming die failliet werd verklaard. Kort na het faillissement trad appellant in dienst bij een nieuwe werkgever die de slachterij voortzette in hetzelfde pand. Het Uwv weigerde de betalingsverplichtingen van de oude werkgever over te nemen, omdat er sprake zou zijn van een overgang van onderneming.
De rechtbank oordeelde dat de nieuwe werkgever de economische eenheid met behoud van identiteit had overgenomen, mede op basis van de feitelijke voortzetting van de activiteiten, het personeel en de locatie. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van een overgang van onderneming, onder meer omdat hij minder uren werkte en een WW-uitkering ontving.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en verwees naar vaste jurisprudentie en Europese richtlijnen die stellen dat de identiteit van de onderneming behouden moet blijven. De Raad concludeerde dat de feitelijke omstandigheden, waaronder de oprichting van de nieuwe werkgever door de verhuurder en de voortzetting van de slachtactiviteiten, voldoende bewijs zijn voor een overgang van onderneming. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het Uwv hoeft de betalingsverplichtingen niet over te nemen.