ECLI:NL:CRVB:2017:1462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en afwijzing bijstandsaanvragen wegens onvoldoende woonplaatsinformatie
Appellant ontving bijstand vanaf januari 2014 en stond ingeschreven op een adres met kamerverhuurvergunning. Na een huisbezoek op 8 augustus 2014 bleek dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde, wat leidde tot intrekking van de bijstand per 1 augustus 2014. Appellant diende daarna meerdere aanvragen in, die het college afwees wegens onvoldoende onderbouwing en het niet verstrekken van gevraagde financiële gegevens.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd overwogen dat het ontbreken van bewijs van hoofdverblijf op het uitkeringsadres en het niet voldoen aan de inlichtingenplicht het recht op bijstand niet konden vaststellen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel woonde op het adres, maar dit werd niet gevolgd omdat het huisbezoek plaatsvond vóór zijn vakantie en hij niet de gevraagde gegevens verstrekte.
De Raad bevestigt de uitspraken van de rechtbank en oordeelt dat het college terecht heeft gehandeld bij intrekking en afwijzing van de bijstandsaanvragen. De proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en afwijzing van bijstandsaanvragen wegens onvoldoende bewijs van woonplaats en niet-naleving van de inlichtingenplicht.