ECLI:NL:CRVB:2017:134
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening ontslag wegens ziekte van Huntington
Verzoeker vroeg herziening van een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat hij verwijtbaar werkloos was geworden door eigen ontslag. Hij stelde dat zijn ontslag in 2009 beïnvloed was door de ziekte van Huntington, waarvan de eerste symptomen vermoedelijk in 2005-2006 zichtbaar werden.
De Raad onderzocht of aan de voorwaarden voor herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro was voldaan. Vastgesteld werd dat verzoeker vóór de uitspraak al leed aan de ziekte, maar dit niet kende en redelijkerwijs ook niet kon kennen, waardoor aan de formele voorwaarden werd voldaan.
De medische stukken van de neuroloog toonden echter geen aanwijzingen dat verzoeker destijds niet kon worden verweten de ontslagname, noch dat voortzetting van het dienstverband niet van hem kon worden gevergd. De gedragsveranderingen en impulsief handelen konden de ontslagprocedure niet verklaren, die een uitgebreid onderhandelingstraject kende.
Daarom zou bekendheid met de ziekte destijds niet tot een andere uitspraak hebben geleid. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen omdat de ziekte van Huntington destijds niet tot een andere uitspraak zou hebben geleid.