ECLI:NL:CRVB:2017:1324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekkingsbesluit bijstand wegens ontbreken gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving bijstand op grond van de WWB, die door het college van burgemeester en wethouders van Hoogezand-Sappemeer werd ingetrokken wegens vermeende gezamenlijke huishouding met K sinds 1 januari 2010. Het college stelde dat betrokkene geen melding had gedaan van deze huishouding, waardoor zij niet aan haar inlichtingenverplichting had voldaan en vorderde terugbetaling van € 43.879,78.
De rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat het college onvoldoende bewijs had geleverd voor wederzijdse zorg en financiële verstrengeling, en vernietigde het besluit. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad dit oordeel. Het onderzoek van het college, waaronder een Facebook-analyse en een gesprek met betrokkene, leverde geen concrete feiten op die wijzen op gezamenlijke huishouding of financiële verstrengeling.
De Raad overweegt dat gezamenlijke activiteiten niet automatisch zorgactiviteiten betekenen en dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan. Gezien het tijdsverloop acht de Raad nader onderzoek niet meer mogelijk en herroept het het besluit zelf. Proceskosten voor rechtsbijstand en reiskosten worden toegewezen, maar niet de kosten voor een hotelovernachting, omdat deze niet als redelijkerwijs gemaakt worden beschouwd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs voor gezamenlijke huishouding.