ECLI:NL:CRVB:2017:1323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwijgen werkzaamheden
Appellant ontving sinds 2005 bijstand en was ontheven van arbeidsverplichtingen. In 2013 voerde het Haags Economisch Interventie Team controles uit bij bedrijven waar appellant als gevolmachtigde en manager algemeen stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het college stelde vast dat appellant sinds 2010 werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden, waardoor het recht op bijstand niet vast kon worden gesteld.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en de waarneming tijdens controles voldoende bewijs vormden. Ook oordeelde de rechtbank dat het college niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro had gehandeld door het proces-verbaal uit een strafzaak op te vragen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere bezwaren, maar kon deze niet onderbouwen. De Raad volgde de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het verrichten van niet gemelde werkzaamheden.