ECLI:NL:CRVB:2017:1015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet nakomen medewerkingsplicht
Appellant diende op 30 januari 2015 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij als woonadres het adres van zijn zus had opgegeven. Eerder was een aanvraag afgewezen wegens het niet reageren op oproepen. De gemeente Amsterdam stelde een onderzoek in naar de feitelijke woonsituatie en constateerde dat appellant niet op twee oproepen van 3 en 4 maart 2015 was verschenen, ondanks dat de oproepbrieven persoonlijk in de brievenbus waren gedeponeerd.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de oproepen niet had ontvangen of te laat had gelezen, en dat de verklaring van de handhavingsspecialist onvoldoende bewijs was voor de bezorging.
De Raad oordeelde dat appellant de brief van 3 maart wel had ontvangen maar te laat las, wat voor zijn risico was. De brief van 4 maart was volgens het rapport persoonlijk bezorgd, en het college had aannemelijk gemaakt dat deze was ontvangen. De enkele stelling van appellant dat hij de brief niet ontving was onvoldoende. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens niet nakomen van de medewerkingsplicht en het niet aannemelijk maken van het niet ontvangen van oproepen.