ECLI:NL:CRVB:2017:1006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.T. van den Corput
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag brandweerman wegens ernstig plichtsverzuim en vertrouwensbreuk
Appellant, vrijwillig brandweerman, was betrokken bij een incident tijdens een korpsavond waarbij hij escalerend en agressief gedrag vertoonde. Het dagelijks bestuur legde hem daarop ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim. De Adviescommissie verklaarde het bezwaar gegrond vanwege onzorgvuldig onderzoek en onredelijkheid van de straf, waarna het bestuur het ontslag handhaafde. De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit primair wegens disproportionaliteit en liet het subsidiaire ontslag buiten beschouwing wegens procesrechtelijke redenen.
In hoger beroep handhaaft de Raad het oordeel dat het ontslag primair onevenredig is, mede door de context van het incident en het gebruik van alcohol. Het incidenteel hoger beroep van het bestuur faalt. Wel oordeelt de Raad dat het bestuur op grond van het ontbreken van vertrouwen in appellant terecht het subsidiaire ontslag op grond van artikel 19:42 CAR Pro/UWO kon toepassen. Dit vertrouwen was door gesprekken met collega’s en leidinggevenden ernstig geschaad.
De Raad concludeert dat het ontslag op deze subsidiaire grondslag rechtmatig en proportioneel is. Het hoger beroep van appellant faalt, en het bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant. De uitspraak bevestigt daarmee het ontslagbesluit, met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het ontslag van appellant als brandweerman wordt bevestigd op subsidiaire grond van vertrouwensbreuk.