ECLI:NL:CRVB:2016:841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens onherstelbare vertrouwensbreuk door onjuiste urenregistratie
Appellante was sinds 2009 in tijdelijke dienst als juridisch medewerker bij het dagelijks bestuur van een gemeenschappelijke werkorganisatie. Na constatering van onjuiste urenregistraties werd haar tijdelijke dienst verlengd, en later omgezet in een vaste aanstelling. In 2013 kreeg zij een finale waarschuwing vanwege onjuiste tijdregistraties, waarna een nader onderzoek leidde tot het constateren van discrepanties in haar urenregistratie op 21 maart 2013.
Het dagelijks bestuur verleende appellante buitengewoon verlof en kondigde een disciplinaire maatregel aan, met ontslag als mogelijke sanctie. Uiteindelijk werd zij ontslagen op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk, vooral veroorzaakt door haar wisselende verklaringen over de urenregistratie. Appellante stelde zich op het standpunt dat het ontslag onterecht was en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht het ontslag heeft uitgesproken vanwege het gebrek aan vertrouwen en dat de ontslagregeling, bestaande uit een WW-uitkering en aanvullende werkloosheidsuitkering, redelijk en billijk was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel, verwierp het hoger beroep en wees het verzoek om schadevergoeding af. De Raad benadrukte dat voortzetting van het dienstverband niet van het bestuursorgaan kan worden verlangd bij een verstoorde arbeidsverhouding en dat de toegekende ontslagregeling passend was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens onherstelbare vertrouwensbreuk wordt bevestigd.