ECLI:NL:CRVB:2016:765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant vroeg om een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door ADHD, maar het UWV wees dit af omdat hij volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) in staat is minimaal 75% van het wettelijk minimumloon te verdienen.
De rechtbank Limburg vernietigde aanvankelijk het UWV-besluit vanwege een onjuiste werkwijze bij laattijdige aanvragen, maar in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellant voldoende belastbaar is.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het UWV te laat besliste, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, dat er geen aanleiding was om aanvullende medische informatie op te vragen en dat de ingebrekestelling prematuur was, waardoor geen dwangsom verschuldigd is.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering en bevestigde de eerdere uitspraak, waarbij ook het verzoek om wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering en wijst het verzoek om dwangsom af.