ECLI:NL:CRVB:2016:5018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en grafschennis door belastingambtenaar
Appellant, werkzaam als behandelfunctionaris bij de Belastingdienst, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim nadat hij op 30 juni 2014 twee kunstbloemen van het graf van een belastingplichtige had verwijderd. Deze handeling werd gefilmd en leidde tot aangifte van vernieling.
Appellant gaf aanvankelijk onjuiste verklaringen en ontkende de vernieling, maar erkende later de daad. De staatssecretaris van Financiën legde hem daarop ontslag op wegens het plegen van grafschennis, het bewust verstrekken van onjuiste informatie en het ernstig schaden van de integriteit van de Belastingdienst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het ontslag niet disproportioneel was.
In hoger beroep betwistte appellant alleen de onderdelen van het verwijt die betrekking hadden op het liegen en de vernieling, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de eerdere oordelen. De Raad vond het ontslag passend gezien de ernst van de gedragingen en het vertrouwen dat was geschaad, en wees de overige bezwaren van appellant af. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.