ECLI:NL:CRVB:2016:4529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet tijdig gemelde ontslagvergoeding
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg in april 2015 een ontslagvergoeding van haar werkgever. Het college trok haar bijstand over meerdere maanden in en vorderde een bedrag terug, omdat zij de ontvangst van een voorschot op de ontslagvergoeding niet binnen vijf werkdagen had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de inlichtingenplicht niet had geschonden, omdat zij voorafgaand aan de ontvangst contact had met het college en de salarisspecificatie direct had ingediend. De Raad oordeelde echter dat de ontvangst van het voorschot een wijziging was die zij onverwijld had moeten melden. Het feit dat het college al op de hoogte was van de ontslagvergoeding deed hieraan niets af, omdat de precieze hoogte niet bekend was.
Verder stelde appellante dat zij mocht vertrouwen op de mededeling dat de vergoeding als vermogen zou worden aangemerkt. De Raad verwierp dit beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet tijdige melding van de ontslagvergoeding.