ECLI:NL:CRVB:2015:2265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen spaarrekening en schending inlichtingenverplichting
Verzoeker ontving sinds april 2013 bijstand op grond van de WWB. Uit een bestandsvergelijking met de Belastingdienst bleek dat verzoeker samen met zijn moeder een en/of-spaarrekening bij de ASN-bank had met een saldo van ruim € 31.000, waarvan hij bij zijn aanvraag geen melding had gemaakt. Het college trok daarom de bijstand met ingang van 5 april 2013 in.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en herroepen het besluit, omdat verzoeker aannemelijk had gemaakt dat hij niet over het tegoed kon beschikken. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat verzoeker wel degelijk over het tegoed kon beschikken, gezien zijn mede-rekeninghouderschap en de mogelijkheid om een andere tegenrekening te koppelen.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon beschikken over het tegoed. Vastgesteld werd dat mede-rekeninghouderschap en de bankvoorwaarden verzoeker volledige beschikkingsmacht gaven. Ook werd de schending van de inlichtingenverplichting vastgesteld, aangezien verzoeker niet had gemeld dat hij over deze spaarrekening beschikte. Het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het beroep van verzoeker ongegrond, waardoor de bijstand terecht is ingetrokken.