ECLI:NL:CRVB:2016:4367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder dringende redenen
Appellante ontving vanaf juni 2011 bijstand als alleenstaande ouder. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in omdat zij niet had gemeld dat zij een gezamenlijke huishouding voerde, waardoor zij geen recht had op die norm. Dit besluit werd in rechte onaantastbaar.
Het college vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde en dat er dringende redenen waren om terugvordering geheel of gedeeltelijk te laten achterwege, onder meer vanwege haar kwetsbare gezondheidssituatie.
De Raad oordeelde dat de rechtmatigheid van het intrekkingsbesluit vaststaat en dat de terugvordering verplicht is op grond van de WWB. Dringende redenen voor kwijtschelding zijn niet aannemelijk gemaakt, ondanks de overgelegde medische gegevens die psychische klachten bevestigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder dringende redenen voor kwijtschelding.