ECLI:NL:CRVB:2015:2174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf 7 juni 2011. Het college ontving een fraudemelding dat haar ex-partner, A, niet op zijn opgegeven adres woonde, maar mogelijk feitelijk bij appellante verbleef. Dit leidde tot een onderzoek met dossieronderzoek, observaties, huisbezoek en buurtonderzoek.
De Raad oordeelde dat appellante en A gedurende de relevante periode een gezamenlijke huishouding voerden, omdat zij hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en een kind uit hun relatie is geboren. Appellante had dit niet gemeld, wat een schending van haar inlichtingenverplichting is. Het huisbezoek was rechtmatig en vond plaats met informed consent. De verklaringen van buurtbewoners en observaties bevestigden de gezamenlijke huishouding.
Daarom was het college bevoegd om de bijstand met ingang van 7 juni 2011 in te trekken. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.