ECLI:NL:CRVB:2016:4297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid door aanhoudend ongepast gedrag en samenwerkingsproblemen
Appellant trad in 2008 in dienst als medewerker binnen een overheidsdienst en werd na meerdere incidenten en overplaatsingen geconfronteerd met gedragsproblemen. Ondanks schriftelijke waarschuwingen en begeleiding door externe partijen bleef appellant zich ongepast gedragen, wat leidde tot samenwerkingsproblemen op verschillende locaties.
De staatssecretaris verleende appellant uiteindelijk eervol ontslag wegens ongeschiktheid, gebaseerd op artikel 98, eerste lid, aanhef en onder g, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende eigenschappen bezit voor zijn functie en dat hem voldoende gelegenheid tot verbetering was geboden.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak bevestigd. De Raad oordeelde dat het gedrag van appellant, ondanks goede beoordelingen op andere punten, zijn ongeschiktheid rechtvaardigt. Ook concludeerde de Raad dat de staatssecretaris voldoende verbeterkansen heeft geboden en dat er geen sprake was van vooringenomenheid door leidinggevenden.
De Raad wees verder op vaste jurisprudentie dat ontslag wegens ongeschiktheid alleen toelaatbaar is indien de ambtenaar op zijn gedrag is aangesproken en gelegenheid tot verbetering heeft gehad. Gezien de feiten en omstandigheden is het hoger beroep ongegrond verklaard en is het ontslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het ontslag wegens ongeschiktheid van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.