ECLI:NL:CRVB:2016:3825
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp op grond van Wubo
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, verzocht om uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp van vier naar acht uren per week. Verweerder wees dit verzoek af omdat appellant niet volledig afhankelijk is van hulp en nog lichte huishoudelijke werkzaamheden kan verrichten.
Na een medisch onderzoek en advies van twee geneeskundig adviseurs concludeerde de Raad dat appellant niet lijdt aan zelfverwaarlozing of chaotisch gedrag en dat er geen medische noodzaak is voor uitbreiding van de hulp. De slechte gezondheid van de echtgenote van appellant werd niet als relevante omstandigheid beschouwd.
De Raad bevestigde het beleid dat een vergoeding voor twee dagdelen per week alleen wordt toegekend bij onvermogen tot lichte huishoudelijke taken of bij specifieke psychische aandoeningen met zelfverwaarlozing. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de uitbreiding van huishoudelijke hulpvergoeding wordt ongegrond verklaard.