ECLI:NL:CRVB:2016:3503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor volledige eigen bijdrage bij lichte adviestoevoeging
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand voor een lichte adviestoevoeging (LAT). Het college kende echter alleen bijzondere bijstand toe voor het deel boven €53,-, omdat het beleid uitging van een drempelbedrag dat niet als noodzakelijke kosten werd gezien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat bij een LAT geen korting op de eigen bijdrage mag worden toegepast en dat de noodzaak van rechtshulp bij een toevoeging in beginsel vaststaat. Het college stelde dat de Wet op de Rechtsbijstand een voorliggende voorziening is en dat het beleid om alleen boven €53,- bijzondere bijstand te verlenen buitenwettelijk begunstigend beleid is.
De Raad oordeelde dat de Wet op de Rechtsbijstand niet als voorliggende voorziening geldt voor de eigen bijdrage van een LAT en dat het beleid van het college in strijd is met artikel 35 van Pro de WWB. De noodzaak van de kosten wordt geacht vast te staan bij een toevoeging. Daarom moet het college bijzondere bijstand verlenen voor de volledige eigen bijdrage. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college werd veroordeeld tot het verlenen van bijzondere bijstand en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het college moet bijzondere bijstand verlenen voor de volledige eigen bijdrage van de lichte adviestoevoeging.