Uitspraak
Noord-Nederland van 4 februari 2015, 14/2498 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als [functienaam 1], schaal 12, en voerde later feitelijk werkzaamheden uit als Senior Adviseur Bedrijfsvoering, schaal 12. Bij een reorganisatie werd zijn formele functie als uitgangspositie genomen, waarna hij als verplichte VWNW-kandidaat werd aangewezen omdat zijn functie niet meer bestond.
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn uitgangspositie en het plaatsingsbesluit, stellende dat zijn feitelijke functie als Senior Adviseur Bedrijfsvoering had moeten gelden. Na bezwaar stelde de minister de uitgangspositie alsnog vast op basis van de feitelijke functie. Bij plaatsing waren er drie kandidaten voor twee fte’s, waarbij het afspiegelingsbeginsel werd toegepast. Appellant viel af vanwege minder dienstjaren binnen de leeftijdscategorie 45-55 jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de uitgangsposities van collega’s niet ter discussie stonden. De Raad oordeelt dat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen de uitgangsposities van anderen en dat het verzoek om een onafhankelijk onderzoek niet gelijkstaat aan bezwaar tegen die besluiten.
De Raad bevestigt dat de minister in redelijkheid heeft geoordeeld dat appellant en de andere kandidaten geschikt waren en dat het afspiegelingsbeginsel correct is toegepast. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de minister het afspiegelingsbeginsel terecht toepaste en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.