ECLI:NL:CRVB:2016:3400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening bij intrekking bijstandsuitkering
Appellant kreeg bijstand ingetrokken over de periode september 2009 tot oktober 2012 vanwege niet gemelde inkomsten en werd geconfronteerd met een terugvordering van €23.682,49. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond. Appellant stelde beroep in, maar dit werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege ondeugdelijke belangenbehartiging door zijn gemachtigde, taalproblemen en het ontbreken van een rechtsmiddelenverwijzing onder het bestreden besluit. Tevens werd een beroep gedaan op artikel 17 van Pro de Grondwet en artikel 6 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat fouten van de gemachtigde aan appellant worden toegerekend en de rechtsmiddelenverwijzing wel aanwezig was. Ook faalde het beroep op grond van de Grondwet en het EVRM. De rechtbank had het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.