ECLI:NL:CRVB:2016:31
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening intrekkingsbesluit WIA-uitkering wegens schending informatieplicht
Appellant ontving sinds augustus 2007 een loonaanvullende WGA-uitkering op grond van de Wet WIA vanwege gezondheidsklachten. Het UWV beëindigde deze uitkering met ingang van 1 augustus 2009 wegens schending van de informatieplicht, omdat appellant zijn actuele woonadres niet had doorgegeven. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit.
In 2012 verzocht appellant het UWV om herziening en terugbetaling van de uitkering, waarop het UWV de uitkering vanaf juni 2012 weer toekende en later een IVA-uitkering vaststelde. Het bezwaar tegen het eerdere intrekkingsbesluit werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, stellende dat de aangevoerde omstandigheden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden.
In hoger beroep betoogde appellant dat het niet raadplegen van de GBA door het UWV een nieuw feit was en dat zijn psychiatrische stoornis in 2009 een verschoonbare reden vormde voor het niet tijdig doorgeven van adresgegevens. De Raad oordeelde echter dat de medische stukken niet aantonen dat appellant niet eerder kon voldoen aan zijn informatieplicht en bevestigde dat het UWV het verzoek tot herziening terecht heeft afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht het intrekkingsbesluit van de WIA-uitkering niet heeft herzien.