ECLI:NL:CRVB:2016:2893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- J.P.M. Zeijen
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep herroept UWV-besluit wegens onvoldoende motivering beperkingen Wajong-aanvraag
Appellante diende op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong 2010) een aanvraag in wegens lichamelijke klachten sinds 2009. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij 75% van het minimumloon kan verdienen en wees de uitkering af. Zowel het bezwaar als het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar lipoedeem, een chronische progressieve ziekte, en dat haar fysieke belastbaarheid te laag was voor fulltime werk. De Raad benoemde een deskundige, prof. dr. Arendzen, die concludeerde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvolledig en onjuist waren en dat fulltime werken niet realistisch is.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep bleef echter bij zijn standpunt dat de vermoeidheid voortkomt uit een inactieve levensstijl en niet leidt tot urenbeperking. De Raad vond de motivering van de deskundige overtuigend en oordeelde dat het UWV-besluit onvoldoende gemotiveerd was en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin alle door de deskundige vastgestelde beperkingen worden meegenomen. Tevens moet het UWV beoordelen of appellante alsnog als jonggehandicapte kan worden aangemerkt op grond van artikel 2:3, tweede lid, Wajong 2010.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juli 2016.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd wegens gebrekkige motivering en het UWV krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de deskundigenrapporten.