Uitspraak
.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een militair met PTSS, depressie en paniekstoornis, kreeg in 2008 een invaliditeitspensioen toegekend van 75%. Na een herbeoordeling in 2013 stelde de minister de mate van invaliditeit vast op 46,25%. Betrokkene stelde beroep in tegen deze vaststelling en overlegd een psychiatrisch rapport dat een invaliditeit van 62% concludeerde.
De rechtbank stelde de invaliditeit vast op 55,42%, waarbij zij het rapport van Mulder meer gewicht gaf dan de minister. De minister ging hiertegen in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de rechtbank onjuiste scores had toegekend op de subrubrieken slapen, seksuele functie en sociale activiteiten.
De Raad stelde de score voor slapen bij op 3 in plaats van 4, voor seksuele functie op 2 in plaats van 4, en bevestigde score 3 voor sociale activiteiten. Hierdoor werd de invaliditeit vastgesteld op 50%. De overige onderdelen van de uitspraak werden bevestigd. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat de invaliditeit op 55,42% stelde en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De mate van invaliditeit met dienstverband wordt vastgesteld op 50%, waarbij eerdere scores op subrubrieken worden gecorrigeerd.