ECLI:NL:CRVB:2016:278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- L. Koper
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens andere ziekteoorzaak na intrekking
Betrokkene was sinds 1999 arbeidsongeschikt vanwege klachten aan de rechterpols en kreeg een WAO-uitkering toegekend vanaf 2000. Na herbeoordelingen en vermindering van beperkingen werd de WAO-uitkering in 2005 ingetrokken omdat betrokkene minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
In 2009 meldde betrokkene zich opnieuw arbeidsongeschikt met buik- en psychische klachten. De verzekeringsartsen stelden vast dat deze beperkingen voortkwamen uit een andere oorzaak dan die ten grondslag lag aan de intrekking van de WAO-uitkering in 2005. De rechtbank had echter het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De Centrale Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de gehele WAO-periode heeft betrokken bij de beoordeling van de toegenomen beperkingen, terwijl dit beperkt moet blijven tot de periode binnen vijf jaar na intrekking van de WAO-uitkering. De Raad stelt vast dat de beperkingen in 2009 duidelijk een andere oorzaak hebben dan de beperkingen die in 2005 tot intrekking leidden.
Daarom wordt de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep tegen het besluit tot weigering van de WAO-uitkering ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.