ECLI:NL:CRVB:2016:2704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaste uitvoeringspraktijk ontheffing arbeidsverplichtingen WWB voor één jaar
Appellant, die bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), is door het college ontheffing verleend van arbeidsverplichtingen voor telkens een periode van één jaar. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij duurzaam arbeidsongeschikt is en dat de ontheffing niet persoonsgericht en zorgvuldig is beoordeeld, mede gezien medische rapportages die geen verbetering op korte termijn verwachten.
De Raad overwoog dat artikel 9 van Pro de WWB het college de bevoegdheid geeft om tijdelijk ontheffing te verlenen bij dringende redenen, zonder wettelijke minimum- of maximumtermijn. Het college heeft beleidsvrijheid bij het bepalen van de termijn en hanteert een vaste praktijk van één jaar, met jaarlijks een controlemoment om de situatie te beoordelen.
De Raad acht deze vaste praktijk niet onredelijk en vindt dat de medische rapportages geen aanleiding geven om hiervan af te wijken. De verwachting van mogelijke verbetering op langere termijn en het belang van periodieke toetsing rechtvaardigen de gehanteerde termijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaste uitvoeringspraktijk van één jaar ontheffing arbeidsverplichtingen wordt bevestigd.