ECLI:NL:CRVB:2016:2632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen wegens ontbreken procesbelang bij aanvraag maatschappelijke opvang Wmo
Appellant, een vreemdeling zonder rechtmatige verblijfsstatus in Nederland, diende een aanvraag in voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Leiden wees deze aanvraag af vanwege zijn verblijfsstatus en het ontbreken van aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij procesbelang had omdat hij wilde vaststellen dat hij ten tijde van de aanvraag aanspraak had op opvang. De Raad oordeelde dat appellant sinds januari 2016 feitelijk opvang ontvangt via Stichting Uitgeprocedeerde Vluchtelingen en dat het beoogde resultaat reeds is bereikt.
Verder overwoog de Raad dat volgens vaste jurisprudentie procesbelang ook kan bestaan bij toekomstige aanvragen, maar dat dit niet langer geldt voor bed-bad-broodvoorzieningen na 31 december 2014. Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende procesbelang.