ECLI:NL:CRVB:2016:262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens plichtsverzuim en verstoorde arbeidsverhouding niet gerechtvaardigd
Betrokkene was sinds 2002 werkzaam bij de gemeente Eindhoven en werd in 2011 benoemd tot een hogere functie. Na een conflict met zijn leidinggevende en een periode van ziekte werd hij in 2012 gedetacheerd bij de NVVB. Op 3 september 2012 nam betrokkene zonder toestemming een groot aantal documenten met persoonsgegevens mee naar huis, wat leidde tot een disciplinaire straf van ontslag wegens plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het ontslagbesluit, waarna appellant een nieuw besluit nam waarin betrokkene werd ontslagen wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het plichtsverzuim weliswaar is vastgesteld, maar dat het ontslag als zwaarste straf onevenredig is gezien het eenmalige karakter en het ontbreken van eerdere disciplinaire maatregelen.
Verder is onvoldoende feitelijke grondslag voorhanden om te concluderen dat voortzetting van het dienstverband niet redelijkerwijs van appellant kon worden verlangd, mede omdat herplaatsing en detachering niet volledig zijn onderzocht. De Raad vernietigt het nader besluit en maakt het ontslag ongedaan, met recht op nabetaling van bezoldiging minus genoten inkomsten en bovenwettelijke uitkering, exclusief WW-uitkering.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wordt vernietigd en ongedaan gemaakt wegens disproportionaliteit en onvoldoende onderbouwing van de verstoorde arbeidsverhouding.