ECLI:NL:CRVB:2016:2349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht autohandel
Appellanten ontvingen sinds 1996 bijstand en werden onderzocht vanwege het op naam hebben en verhandelen van auto's tussen september 2011 en maart 2013. Het college trok de bijstand over de maanden in geding in en vorderde ten onrechte betaalde bijstand terug wegens het niet verstrekken van verifieerbare informatie over de autotransacties.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, wat appellanten aanvochten met het argument dat de transacties hobbygerelateerd waren en geen commerciële waarde hadden. De Raad oordeelde dat de inlichtingenplicht objectief is en dat de transacties gemeld hadden moeten worden, ongeacht de intentie of het karakter van de auto's.
Verder stelde de Raad vast dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellanten inkomsten hadden kunnen verwerven met de autotransacties, maar geen controleerbare gegevens hadden verstrekt. Het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen werd afgewezen omdat appellanten dit niet aannemelijk hadden gemaakt.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.