Uitspraak
mr. W.P.F. Oosterbos.
OVERWEGINGEN
12 december 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard. Hieraan ligt ten grondslag een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van
8 december 2014.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam tot maart 2009 en ontving daarna een Ziektewet-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV verklaarde hem per 7 november 2011 volledig arbeidsgeschikt op basis van een verzekeringsartsrapport. Appellant verzocht herhaaldelijk om herziening van dit besluit met medische informatie die volgens hem niet eerder was meegewogen.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de medische stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten die de beoordeling van de psychische toestand op 7 november 2011 zouden wijzigen. De Raad vond geen aanleiding voor nader onderzoek of het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
Appellants argument dat het UWV onvoldoende contact had gezocht met behandelaars en dat de medische informatie onvoldoende was meegewogen, werd verworpen. De Raad bevestigde het eerdere oordeel dat de hersteldverklaring terecht was gegeven en dat het herzieningsverzoek terecht was afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 juni 2016 en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 7 november 2011 wordt bevestigd.