ECLI:NL:CRVB:2012:BY5300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij beëindiging ZW-uitkering
Appellant was werkzaam als kwaliteitsmedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten, waarna het UWV zijn Ziektewet-uitkering beëindigde per 7 november 2011. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar deed dit buiten de wettelijke termijn van twee weken. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens deze termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen objectieve medische gegevens had overgelegd waaruit bleek dat hij binnen de bezwaartermijn niet in staat was bezwaar te maken. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten hem verhinderden tijdig bezwaar te maken, onderbouwd met een verklaring van zijn psychiater en een verzamelverslag van zorgverleners.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de psychiater alleen arbeidsongeschiktheid vanaf april 2012 bevestigde, wat buiten de bezwaartermijn viel. Ook het verzamelverslag toonde aan dat appellant in de relevante periode voldoende handelingsbekwaam was, onder andere door het verrichten van vrijwilligerswerk en het regelen van begeleiding. Daarom was er geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar terecht niet-ontvankelijk. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan op 5 december 2012.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de ZW-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.