ECLI:NL:CRVB:2016:224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante vroeg op 27 april 2011 een Wajong-uitkering aan, die door het UWV op 2 augustus 2011 werd afgewezen omdat zij geacht werd meer dan 75% van het minimumloon te kunnen verdienen. Hiertegen werd geen bezwaar gemaakt.
In juli 2012 verzocht de gemeente Montferland namens appellante het UWV het besluit te herzien op basis van nieuw onderzoek, waaronder een orthopedagogisch rapport en een praktijkonderzoek, die wezen op de noodzaak van professionele begeleiding en ongeschiktheid voor arbeid.
Het UWV en de rechtbank oordeelden dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit konden wijzigen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, ook na nader onderzoek en aanvullende rapporten. Appellante voldeed niet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering, ook niet voor de toekomst.
De Raad concludeert dat de eerdere afwijzing terecht is en dat de begeleiding die appellante nodig heeft binnen reïntegratietrajecten kan worden geboden. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.