ECLI:NL:CRVB:2016:2151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening AOW-uitspraak niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek om herziening ingediend van een eerdere uitspraak over een korting op zijn AOW-pensioen vanwege niet-verzekerde periode in België. De Raad heeft eerder geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigen.
In het huidige verzoek stelt verzoeker dat de overgangsbepalingen van de AOW onjuist zijn toegepast omdat hij al vanaf zijn veertiende jaar heeft gewerkt en verzekerd zou zijn geweest. De Raad oordeelt dat deze stellingen geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn zoals bedoeld in de Awb en dat het verzoek bovendien meer dan een jaar na de oorspronkelijke uitspraak is ingediend, waardoor het onredelijk laat is.
De Raad wijst er tevens op dat de AOW-uitvoering voor 1 januari 2013 uitging van een aanvangsleeftijd van 15 jaar voor pensioenopbouw, en dat het feit dat verzoeker eerder werkte en belastingplichtig was, hieraan niets verandert. Gezien deze overwegingen verklaart de Raad het verzoek om herziening niet-ontvankelijk en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten en onredelijke termijn.