Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen einduitspraak voor zover daarbij niet is bepaald dat het college aan
- bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als [functie 1] bij de gemeente Enschede, werd ingedeeld in de generieke functiebeschrijving van [functie 2] met schaal 10, met peildatum 1 juli 2011. Na bezwaar en nadere motivering handhaafde het college deze indeling. De rechtbank Overijssel oordeelde in eerste aanleg dat het college terecht het gebied van ruimtelijke regelgeving als één vakgebied beschouwde en dat de indeling in [functie 2] niet onhoudbaar was, ondanks een aanvankelijk motiveringsgebrek dat later werd hersteld.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar functie onterecht was ingedeeld in [functie 2] in plaats van [functie 3], waarbij het verschil vooral lag in het aantal vakgebieden en de aard van het advies (tactisch versus tactisch en operationeel). De Raad volgde de rechtbank en het college, stellende dat de functie van appellante zowel tactische als operationele aspecten bevat en dat het college voldoende had gemotiveerd dat er geen sprake was van beleidsontwikkeling over meerdere samenhangende vakgebieden.
Daarnaast stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht had toegekend. De Raad oordeelde dat dit terecht is en vernietigde de einduitspraak voor zover deze geen griffierechtvergoeding bevatte. De Raad bepaalde dat het college het griffierecht van €168,- aan appellante moet vergoeden.
De uitspraak bevestigt de terughoudende toetsing bij functiewaardering en benadrukt het belang van een juiste motivering, evenals de vergoeding van proceskosten bij herstel van motiveringsgebreken in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de functiewaardering en bepaalt dat het college het griffierecht van €168,- aan appellante moet vergoeden.