ECLI:NL:CRVB:2016:198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor resterende kosten gehoorapparaat ondanks gestapelde problematiek
Betrokkene vroeg bijzondere bijstand aan voor de resterende kosten van een gehoorapparaat na gedeeltelijke vergoeding door de zorgverzekeraar. Het college wees dit af omdat de Zorgverzekeringswet als passende en toereikende voorziening geldt en er geen zeer dringende redenen waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld. Appellanten stelden dat de complexe medische situatie van betrokkene onvoldoende was meegewogen.
De Raad bevestigde dat de Zvw en daarop gebaseerde regelgeving een voorliggende voorziening vormen, ook als de zorgverzekering slechts een deel vergoedt. De eigen bijdrage is bewust vastgesteld en bijzondere bijstand hiervoor wordt niet toegekend. Hoewel betrokkene sociaal afhankelijk was van het gehoorapparaat, was er geen acute noodsituatie die bijzondere bijstand rechtvaardigt.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd wegens ontbreken van zeer dringende redenen.