ECLI:NL:CRVB:2016:1921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant was werkzaam als bakker en meldde zich op 15 januari 2013 ziek met lichamelijke klachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant per 15 mei 2014 geen recht meer had op ziekengeld, omdat hij met passend werk meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant niet objectief waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn medicatie en lichamelijke conditie hem verhinderen te werken, maar leverde geen nieuwe medische informatie.
De Raad concludeert dat het UWV terecht toepassing gaf aan de artikelen 19aa en 19ab van de Ziektewet en dat de functies medisch geschikt zijn. Het beroep op zijn opleidingsniveau en taalvaardigheid faalt eveneens. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 15 mei 2014 wordt bevestigd.