ECLI:NL:CRVB:2007:BB6430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks schending hoorplicht en discussie ziekteoorzaak
Appellant ontving een WAO-uitkering met ingang van 6 april 2004 op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De voormalige werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het UWV het bezwaar gegrond verklaarde en de uitkering met terugwerkende kracht per 6 mei 2003 herzag naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde het besluit van 7 september 2004 wegens schending van de hoorplicht, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen deze instandhouding.
De Raad oordeelt dat het bezwaar van de werkgever terecht ontvankelijk was en onderschrijft de rechtbank in het oordeel dat de ziekteoorzaak dezelfde is als waarvoor appellant eerder een WAO-uitkering ontving, waardoor een verkorte wachttijd van toepassing is. De Raad vindt geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling en de vastgestelde belastbaarheid, ook al baseerde de bezwaarverzekeringsarts zich uitsluitend op dossieronderzoek. De arbeidskundige beoordeling die leidde tot verlaging van de uitkering is voldoende gemotiveerd.
Verder is de schending van de hoorplicht door het UWV erkend, maar de Raad stelt vast dat appellant zich in het kader van het beroep over de functies heeft kunnen uitlaten, zodat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit terecht in stand zijn gelaten. Ook de door appellant aangevoerde zorgvuldigheidsklacht over het niet bespreken van functies wordt verworpen, omdat de wet en jurisprudentie dit niet vereisen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd ondanks schending van de hoorplicht en discussie over de ziekteoorzaak.