ECLI:NL:CRVB:2016:1800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- J.H.M. van de Ven
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde financiële transacties
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en voerde in meerdere maanden geldtransacties uit naar het buitenland. Een politie-inspecteur stelde een proces-verbaal op over verdachte transacties, waarna het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bijstand introk en terugvorderde vanwege het niet melden van deze transacties.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante stelde in hoger beroep dat de transacties geen op geld waardeerbare activiteiten waren en dat het recht op bijstand schattenderwijs vastgesteld kon worden.
De Raad oordeelde dat de transacties wel degelijk op geld waardeerbare activiteiten zijn en dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden door de transacties en inkomsten niet te melden. Omdat zij geen objectieve en verifieerbare gegevens over de inkomsten kon overleggen, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld, ook niet schattenderwijs.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde financiële transacties.