Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was van 1 oktober 2006 tot 1 maart 2012 in dienst bij een werkgever en meldde zich op 28 februari 2012 ziek. Na aanvankelijke weigering kreeg appellant een Ziektewet-uitkering met een vastgesteld dagloon. Later werd een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend op basis van een dagloon van €19,68, waartegen appellant bezwaar maakte omdat het dagloon te laag zou zijn vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet had aangetoond dat hij in het refertejaar fulltime had gewerkt en dat hij de werkgever niet op duidelijke wijze had gemaand het vorderbare loon te betalen. Appellant herhaalde in hoger beroep zijn standpunt dat het dagloon op een fulltime salaris moet worden gebaseerd en dat hij een afspraak had over achterstallig loon dat niet was nagekomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Dagloonbesluit van toepassing is en dat appellant niet had bewezen dat hij de werkgever op niet mis te verstane wijze had gemaand het loon te betalen. Of appellant op medische gronden niet in staat was dit te doen, was irrelevant omdat het Dagloonbesluit geen uitzondering daarvoor kent. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van het dagloon wordt bevestigd.