ECLI:NL:CRVB:2014:892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcte vaststelling dagloon bij WIA-uitkering ondanks nabetaling na refertejaar
Appellante was in dienst bij twee werkgevers in de referteperiode en ontving na afloop een nabetaling van loon over een periode binnen het refertejaar. Het UWV stelde het dagloon vast op basis van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen, waarbij geen rekening werd gehouden met deze nabetaling omdat niet was aangetoond dat het loon in het refertejaar vorderbaar maar niet inbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overwoog dat artikel 2, vierde lid, van het Besluit alleen toepassing vindt indien de werknemer aantoont dat het loon in het refertejaar vorderbaar maar niet inbaar was, hetgeen hier niet het geval was omdat appellante nagelaten had de werkgever in het refertejaar te manen tot betaling.
Hoewel appellante stelde dat zij door medische redenen niet in staat was om de werkgever te manen, acht de Raad dit irrelevant omdat het Besluit geen ruimte biedt om achterstallig loon na het refertejaar mee te nemen. De Raad benadrukt dat het aan de wetgever is om eventuele onbedoelde effecten van deze systematiek te corrigeren.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van het dagloon door het UWV wordt bevestigd.