ECLI:NL:CRVB:2016:1326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening eigen bijdrage AWBZ na verblijf echtgenote in instelling
Betrokkene verbleef vanaf november 2010 in een AWBZ-instelling, terwijl zijn echtgenote vanaf maart 2011 samen met hem in een andere AWBZ-instelling verbleef. Het CAK legde aanvankelijk een lage eigen bijdrage op, omdat het uitging van een terugkeer van de echtgenote naar de woning. Na correctie stelde het CAK de hoge eigen bijdrage vast met terugwerkende kracht en vorderde een bedrag na.
Betrokkene maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat hij te goeder trouw handelde en dat de fout bij het CAK lag. Het CAK wees het bezwaar af, maar schold een deel van de nagevorderde bijdrage kwijt vanwege eigen fouten in de administratie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad dat de herziening rechtsgeldig is, dat betrokkene rekening had kunnen houden met de herziening, en dat het CAK voldoende belangenafweging heeft gemaakt door een deel van de schuld kwijt te schelden. Het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de eigen bijdrage en wijst het hoger beroep af.