ECLI:NL:CRVB:2016:1284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E.J.M. Heijs
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boventalligverklaring wegens ontbreken formeel besluit opheffing functie
Appellant was sinds 1993 in dienst van de gemeente Delft en vervulde vanaf 2008 een specifieke functie binnen Erfgoed Delft. In 2011 werd hem mondeling meegedeeld dat zijn functie was opgeheven en hij zijn taken niet langer hoefde te vervullen. Later volgde een reorganisatietraject binnen Erfgoed Delft, waarbij formatieplaatsen werden verminderd en appellant boventallig werd verklaard per 16 april 2013.
Appellant maakte bezwaar tegen deze boventalligverklaring, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van november 2014. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het tweede vereiste element van de definitie van boventalligheid, namelijk het bestaan van een formeel besluit tot opheffing van de functie, ontbreekt. De mondelinge mededeling van 2011 en de feitelijke herbelegging van taken zijn onvoldoende om te spreken van een formele opheffing.
De Raad benadrukt dat opheffing van een functie een formeel besluit vereist waartegen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Het ontbreken hiervan betekent dat de functie ten tijde van de boventalligverklaring nog bestond en het besluit tot boventalligverklaring niet stand kan houden. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, herroept het besluit van 16 april 2013 en veroordeelt het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot boventalligverklaring wordt vernietigd en herroepen wegens het ontbreken van een formeel besluit tot opheffing van de functie.