ECLI:NL:CRVB:2016:1082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens niet vast te stellen maatmaninkomen zelfstandige
Appellant, een zelfstandige, vroeg een WAZ-uitkering aan op basis van zijn maatmaninkomen over de jaren 1991 tot en met 1993. Het UWV stelde het maatmaninkomen op nul vast omdat appellant geen betrouwbare winstcijfers kon overleggen. Appellant voerde aan dat hij wel degelijk inkomsten had en dat het onredelijk was dat het UWV oude gegevens opvroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat hij de financiële gegevens niet kon overleggen en dat het risico hiervan voor zijn rekening kwam. Appellant stelde in hoger beroep dat het maatmaninkomen ook op basis van andere stukken of het minimumloon vastgesteld had kunnen worden.
De Raad overwoog dat voor de vaststelling van het maatmaninkomen de netto winst van de drie kalenderjaren voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid geldt, en dat betrouwbare bedrijfsvoering vereist is. Bij appellant was geen betrouwbare winst vast te stellen en bijzondere omstandigheden ontbraken. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd wegens het niet kunnen vaststellen van het maatmaninkomen.