ECLI:NL:CRVB:2001:AB3236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling maatmaninkomen zelfstandige bij intrekking WAZ-uitkering
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen trok de WAZ-uitkering van gedaagde per 28 juli 1998 in, omdat de arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 25%. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit te nemen.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vaststelling van het maatmaninkomen, waarbij gedaagde betoogde dat onterecht was uitgegaan van de fiscale winst over de drie jaren voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat de methode van het vaststellen van het maatmaninkomen aanvaardbaar is, en oordeelt dat er geen reden bestaat om in het kader van de WAZ hiervan af te wijken. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt in stand gelaten en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.